Procederen

Procederen

 

Bij een conflict denkt u misschien dat die altijd in de rechtszaal moet worden uitgevochten. Het tegendeel is het geval. De ervaring leert dat veruit het merendeel van de conflicten met onderhandelen kan worden opgelost.

Toch ontkomt u niet in alle gevallen aan een inhoudelijke procedure. Soms zijn de verhoudingen zodanig verstoord geraakt dat het niet mogelijk blijkt met de andere partij in normaal gesprek te komen. Soms is het nodig om uw juridiche positie zeker te stellen. Soms bereikt u met het beginnen van een procedure een gunstige onderhandelingspositie. In al die gevallen worden processuele middelen om taktische redenen ingezet.

Een procedure begint altijd met een dagvaarding of een verzoekschrift. Voordat een dagvaarding wordt uitgebracht of een verzoekschrift wordt ingediend is het wel gebruikelijk de bezien of het conflict met de wederpartij buiten de rechtszaak kan worden opgelost. Gebruikelijk is bijvoorbeeld om eerst een brief te schrijven waarin uw standpunt nog eens uitgebreid en eenduidig wordt verwoord. De wederpartij krijgt een laatste beperkte termijn om alsnog met u in gesprek te komen.

De partij die door in een procedure wordt betrokken, heeft altijd recht om te antwoorden. Dat mag hij schriftelijk, maar ook mondeling doen. Nadat de gedaagde partij de gelegenheid heeft gehad te antwoorden, bekijkt de rechter of de procedure zich leent voor een zogenoemde "comparitie van partijen". Dat is een bijeenkomst waarin ieder van de procespartijen in de eerste plaats de gelegenheid krijgt zijn standpunt mondeling toe te lichten. Daarnaast dient deze bijeenkomst om de rechter nadere inlichtingen te verschaffen. Bovendien zal de rechter bijna altijd proberen alsnog onderling tot een schikking te komen.

Als de comparitie van partijen niet tot een onderlinge schikking leidt, zal de Kantonrechter een vonnis moeten wijzen. Dat kan zowel een eindvonnis zijn, waarin hij een definitief oordeel over de gevraagde vorderingen geeft. Dat vonnis kan echter ook een tussenvonnis zijn. De rechter kan daarin bijvoorbeeld aan een of beide partijen een bewijsopdracht geven. Die bewijsopdracht kan ondermeer vervuld worden door getuigen onder ede te laten horen ten overstaan van de rechter.

Bij de meeste procedures is het mogelijk hoger beroep in te stellen. De termijn waarin hoger beroep kan worden ingesteld is meestal drie maanden na de datum van het vonnis. Uitzonderingen zijn echter mogelijk! Bij kort geding procedures bijvoorbeeld bedraagt de hoger beroep termijn slechts een maand. Bij een procedure tot ontbinding van een arbeidsovereenkomst is alleen in uitzonderingsgevallen hoger beroep mogelijk.

Een normale inhoudelijke procedure neemt veel tijd in beslag en kan uiteindelijk meer dan een jaar duren. Veel mensen verkijken zich op de belastendheid en onzekerheid die deze tijdspanne voor hen met zich meebrengt. In iedere nieuwe processtadium komen de oude wonden immers weer boven water. Procederen is dan ook bij uitstek weggelegd voor mensen met veel volharding.

 

   

Bij spoedeisende kwesties bestaat de mogelijkheid voor het voeren van een kort geding. Tijdens dat kort geding kunnen van de rechter voorlopige voorzieningen worden gevraagd. Een kort geding zal bijvoorbeeld worden ingesteld door een werknemer die zich verzet tegen een ontslag op staande voet en doorbetaling van salaris benevens wedertewerkstelling vordert. Partijen kunnen zich bij de uitkomst van zo'n kort geding neerleggen, maar ook daarnaast een bodemprocedure beginnen.