Voorrang met dodelijke afloop

Memphis van Veen stak op vrijdagochtend 15 maart 2013 met haar scooter bij een verkeerslicht de Noord Brabantlaan in Eindhoven over. Het licht stond op groen. De 18-jarige studente Verpleegkunde werd ter hoogte van de busbaan gegrepen door een onopvallende politieauto met zwaailicht en sirenes. Memphis overleed ter plaatse.

De rijksrecherche en het politiekorps Zeeland en West-Brabant onderzoeken de oorzaak van dit dodelijke ongeluk. De juridische vraag is of de bestuurder van de auto, van een arrestatieteam, voor de gevolgen van dit ongeluk aansprakelijk is.

Het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV) bepaalt dat weggebruikers zoals Memphis voorrang moeten geven aan de bestuurders van een zogenoemd voorrangsvoertuig. Ook als ‘hun’ licht op groen staat. Bovendien zijn vastpolitieauto’s vrijgesteld van het RVV. Toch lijkt de politie in dit geval wel aansprakelijk.

Bestuurders van politie- en brandweerauto’s en ambulances hebben weliswaar altijd voorrang wanneer zij zwaailicht en sirenes voeren. Maar het is ook hen wettelijke verboden ‘zich zodanig te gedragen dat een verkeersongeval plaatsvindt waardoor een ander gedood wordt’. Sterker, uit vaste rechtspraak blijkt dat van hen extra oplettendheid wordt verwacht. Evenmin mogen zij grotere risico’s nemen dan ter plaatse aanvaardbaar is.

Ooggetuigen hebben verklaard dat twee onopvallende politieauto’s ter hoogte van de kruising erg hard reden. Eén ervan is blijkbaar gestopt, maar de auto die het ongeluk veroorzaakte, hield onverminderd een hoge snelheid aan. Het is de vraag waarom de bestuurder van deze laatste bij het voor hem rode verkeerslicht niet - althans niet zichtbaar - rekening heeft gehouden met mogelijk kruisend verkeer. Geen enkele noodoproep rechtvaardigt roekeloos rijgedrag met een aanzienlijke kans op een dodelijke afloop.