Een recht op politieke bemoeienis afgepakt, wat nu?

Kunt u zich ook nog herinneren?

In 2015 heeft in Nederland een raadgevend referendum plaatsgevonden over het associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne. Een meerderheid van de Nederlandse stemmers had tegen dat associatieverdrag met Oekraïne gestemd. Toch had de regering de uitslag van dat referendum naast zich neergelegd.

Mede naar aanleiding van dat (mislukte) raadgevende referendum, heeft een meerderheid in de Tweede Kamer (de coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie) in het voorjaar van 2018 besloten om de Wet raadgevende referendum af te schaffen. Ik citeer de achterliggende gedachte: “Het heeft niet gebracht wat ervan verwacht werd”, aldus minister Kasja Ollongren (Binnenlandse Zaken).

Op 10 juli 2018 is door de Eerste Kamer de afschaffing van het raadgevende referendum definitief geworden. Toch is er veel commotie ontstaan in de Tweede Kamer en ook in de samenleving naar aanleiding van die afschaffing. Het raadgevend referendum blijft toch een democratisch middel van de burger om de politiek (waar nodig) te controleren, corrigeren en bij te sturen. Het is dan ook frappant dat één van “de afschaffers” op zijn partijwebsite betoogt hoe belangrijk een raadgevend referendum is, maar tegelijkertijd nalaat om met concrete (wets-)voorstellen te komen voor een verbeterde versie van het raadgevend referendum. Sterker nog, als wij de regering mogen geloven lijkt een alternatief niet meer te komen. De tussenstand is dat een recht van de Nederlanders om zich politiek te bemoeien is afgepakt, terwijl de verwachting is dat op korte termijn belangrijke Nederlandse en (met name) Europese beslissingen moeten worden genomen. Opmerkelijk dus.

Wordt vervolgd...