Betaalde website voor handelaar in antieke meubelen

Een communicatiebureau in de omgeving van Eindhoven heeft voor een handelaar in antieke meubelen een ingewikkelde website gebouwd. Omdat de handelaar weigert mee te werken aan de verstrekking van enkele gegevens kan de website niet worden opgeleverd. Het communicatiebureau besluit aan de handelaar op basis van de vastgelegde orderafspraken de factuur voor de gehele aanneemsom te versturen. Ondanks herhaalde aanmaningen, weigert deze afnemer het communicatiebureau te betalen voor de geleverde werkzaamheden. Omdat al deze pogingen vruchteloos zijn en de handelaar niet meer reageert, besluit het communicatiebureau mij als haar incasso-advocaat in te schakelen.

In overleg met mijn cliënt ga ik over tot dagvaarding van de handelaar. De handelaar voert verweer. Hij stelt dat de website niet is opgeleverd omdat daarin enkele faciliteiten ontbreken, zoals een betaalfaciliteit. Namens mijn cliënt repliceer ik dat het ontbreken ervan geheel aan de handelaar zelf is te verwijten (schuldeisersverzuim) omdat hij elke verdere medewerking weigert, zoals het leggen van het noodzakelijke contact met zijn bank. Mijn cliënt kan met andere woorden niet verweten worden dat hij de website niet kan afronden en opleveren.

De Rechtbank stelt de handelaar een en ander te bewijzen, maar hij faalt hierin. Wij krijgen bij de Rechtbank vervolgens volledig gelijk. De handelaar dient de volledige aanneemsom van de website ter waarde van enkele tienduizenden euro's alsnog aan mijn cliënt te betalen.

Tijdens de procedure beroept de handelaar zich erop dat wij ten onrechte de rechtspersoon waarvan hij eigenaar is zouden hebben gedagvaard. Er zou volgens de handelaar sprake zijn van een doeloverschrijding van de statuten, zodat de rechtspersoon niet bevoegd zou zijn geweest tot het aangaan van deze overeenkomst. De Rechtbank verwerpt dit verweer. Met ons oordeelt de Rechtbank dat statutaire doelomschrijvingen ruim dienen te worden geïnterpreteerd, dat het opdracht geven tot het bouwen van een website wel past binnen de bedrijfsvoering van de handelaar en dat de handelaar geen belang had bij het inroepen van de doeloverschrijding.

Desalniettemin stelde dit domme verweer van de handelaar ons in staat niet alleen onder de inmiddels lege rechtspersoon van de handelaar conservatoir beslag te leggen, maar tevens onder zijn persoonlijk bezittingen, waaronder zijn woonhuis en bedrijfspand. Nadat de Rechtbank onze vorderingen had toegewezen, konden we dankzij deze beslagen dreigen met openbare verkoop. Uiteindelijk ging de afnemer overstag en ging hij alsnog over tot volledige betaling, zowel van de toegewezen aanneemsom met wettelijke rente als van alle proceskosten, waaronder de kosten van de beslagleggingen.

 

 

Uw advocaten