Beleggersbescherming (MiFID II)

De financiële crisis heeft aangetoond dat het financieel toezichtrecht tekortkomingen heeft, onder andere op het gebied van beleggersbescherming. Als antwoord op de tekortkomingen van de huidige wet- en regelgeving, treedt per 3 januari 2018 MiFID II in werking. MiFID II bestaat uit MiFID II-Richtlijn[1] en MiFIR-Verordening[2]. MiFID-Richtlijn is in de Wet op het financieel toezicht (Wft) geïmplementeerd. MiFIR-verordening heeft daarentegen rechtstreekse werking in het Nederlandse rechtsbestel.

Doelstellingen MiFID II

Naast het repareren van de tekortkomingen en het efficiënter en transparanter maken van de Europese financiële markten, staat het vergroten van beleggersbescherming in MiFID II centraal. Er is gebleken dat beleggers de afgelopen jaren niet of onvoldoende bescherming en/of genoegdoening hebben gehad. Dit gold voornamelijk wanneer beleggingsondernemingen in strijd met wet- en regelgeving hebben gehandeld. Onder MiFID II-Richtlijn zullen lidstaten de verplichting worden opgelegd om een rechtsgang op te zetten zodat het voor beleggers mogelijk worden gemaakt om eventuele geleden schade in dergelijke gevallen vergoed te krijgen.[3]

Beleggersbescherming

MiFID II zal meer beleggersbescherming gaan bieden door middel van aanscherping van onder andere de geldende wettelijke (gedrags-) regels. Hieronder zullen een aantal van deze aanscherpingen worden toegelicht.

Kostentransparantie

Beleggingsonderneming zijn gehouden om cliënten en in aanmerking komende tegenpartijen op een duidelijke, begrijpelijke en illustratieve wijze inzicht te verschaffen in de kosten van de dienstverlening en de beleggingsproducten. Dit inzicht moeten zij vooraf verschaffen en daarna periodiek.[4] 

Provisieverbod

Het bestaande provisieverbod zal worden aangescherpt en uitgebreid. Dit verbod zal tevens gaan gelden voor beleggingsondernemingen die beleggingsdiensten verlenen aan professionele beleggers. Dit zal onder andere het geval zijn als een beleggingsonderneming vermogensbeheer verricht of onafhankelijk beleggingsadvies geeft.[5]

Best Execution

Beleggingsondernemingen die beleggingsproducten op basis van execution only aan cliënten verkopen zijn gehouden aan best execution-verplichtingen. Deze best execution-verplichtingen komen in essentie erop neer dat beleggingsondernemingen alle toereikende maatregelen nemen om het best mogelijke resultaat voor hun cliënten te behalen.[6]

Kennis en vakbekwaamheidseisen

In aansluiting op de bestaande kennis- en vakbekwaamheidsvereisten voor werknemers binnen een beleggingsonderneming, zullen adviseurs die beleggingsdiensten verlenen of cliënten informeren over specifieke kennis en bekwaamheidsvereisten dienen te voldoen. In het bijzonder dienen deze personen kennis  en bekwaamheid te beschikken om aan de geldende wet- en regelgeving en aan de normen voor bedrijfsethiek te kunnen voldoen. Bovendien dienen adviseurs kennis en bekwaamheid te beschikken omtrent de belangrijkste kenmerken, risico’s en aspecten te begrijpen van de beleggingsproducten die de beleggingsonderneming aanbiedt.[7]

Geschiktheid

Voorafgaand aan het verstrekken van beleggingsproducten zijn beleggingsondernemingen gehouden om de geschiktheid te toetsen. Dit geldt wanneer deze op adviesbasis aan niet-professionele cliënten worden verstrekt en/of  in het geval dat vermogensbeheer wordt verricht. Op de eerste plaats wordt getoetst of dat cliënt over voldoende kennis en/of ervaring omtrent het af te nemen beleggingsproduct beschikt. Op de tweede plaats wordt getoetst of het advies strookt met de financiële positie, beleggingsdoelstellingen en risicotolerantie van de cliënt. Nadat de geschiktheidstoets heeft plaatsgevonden, zullen beleggingsondernemingen gehouden zijn om een geschiktheidsrapport op te stellen en deze te verstrekken. Hieruit kan de cliënt periodiek checken of het gegeven advies of het vermogensbeheer aansluit op de gewenste voorkeuren, doelstellingen en andere eigenschappen.[8]

Passendheid

Wanneer beleggingsondernemingen beleggingsproducten op execution only-basis verstrekken, zijn deze gehouden om de passendheid van de dienstverlening te toetsen. De passendheidstoets geldt wanneer aan niet-professionele cliënten beleggingsproducten worden verkocht. Deze toets brengt met zich mee dat een beleggingsonderneming de kennis en de ervaring van de cliënt toetst, zodat deze kan beoordelen of het beleggingsproduct passend is. Schending van deze passendheidstoets kan leiden tot aansprakelijkheid.[9]

Klachten en klachtenafhandeling

Een beleggingsonderneming draagt zorg voor een adequate klachtenbehandeling. Daartoe behoort zij te beschikken over een interne klachtenprocedure. Deze klachtenprocedure moet gericht zijn op een spoedige en zorgvuldige behandeling van de klachten. Een beleggingsonderneming voorkomt dat er onnodig uitstel plaatsvindt en delen zo spoedig mogelijk hun zienswijze aan cliënten mee. Daarnaast dient iedere beleggingsonderneming in beginsel aangesloten te zijn bij een geschilleninstantie, zoals het Kifid (Klachteninstituut Financiële Dienstverlening). Tot slot zullen beleggingsondernemingen gehouden zijn om de AFM (Autoriteit Financiële Markten), wanneer zij daar om vraagt, periodiek informatie te verschaffen omtrent de klachten en de klachtenbehandeling. De AFM zal de komende tijd informatie verschaffen omtrent de te aanleveren gegevens omtrent klachten.[10]

Voor de goede orde wordt erop gewezen dat bovenvermelde aanscherpingen slechts een selectie van onderwerpen betreffen. Onder MiFID II-Richtlijn zullen ook aanscherpingen en wijzigingen plaatsvinden op onder andere het gebied van:

  • productontwikkelingseisen,
  • vermogensscheiding,
  • incidenteel advies,
  • belangenverstrengeling,
  • beloningsbeleid, en
  • cliëntenrapportage en –overeenkomsten.

Bent u geïnteresseerd in de achtergrond van een van deze onderwerpen binnen MiFID II of wilt u nadere informatie hierover, dan kunt te alle tijde vrijblijvend contact opnemen met mr. Pietro Bonaparte via 040-2841172 of via onze website.

 

[1] MiFID (Markets in Financial Instruments Directive) II (2014/65/EU).
[2] MiFIR (Markets in Financial Instruments Regulation) (600/2014).
[3] Artikel 69 MiFID II-Richtlijn: ‘’De lidstaten zien erop toe dat er mechanismen zijn ingesteld waarmee er krachtens de nationale wetgeving voor wordt gezorgd dat compensatie wordt betaald of andere herstelmaatregel wordt ondernomen voor financieel verlies of andere geleden schade als gevolg van een inbreuk op deze richtlijn of Verordening (EU) nr. 600/2014’’.
[4] Artikel 24 lid 4 onder c MiFID II-Richtlijn.
[5] Artikel 24 lid 7 t/m 9 MiFID II-Richtlijn.
[6] Artikel 27 MiFID-Richtlijn.
[7] Artikel 25 lid 1 MiFID-Richtlijn.
[8] Artikel 25 lid 2 MiFID II-Richtlijn.
[9] Artikel 25 lid 3 en lid 4 MiFID II-Richtlijn.
[10] Artikel 16 lid 2 MiFID II-Richtlijn.

Uw advocaten/ onze mediator

Onze succesverhalen

Gerelateerde blogs