Ontslag op staande voet tijdens ziekte
Welke werkgever heeft er in deze tijden niet mee te maken? Een werknemer, die zich onverwacht met spanningsklachten gaat ziekmelden. Er volgt een lang re-integratietraject met als gevolg een eindeloze lijst van re-integratieactiviteiten. De werknemer herstelt ondanks alle inspanningen niet. U heeft het vermoeden dat de werknemer elders werkzaamheden verricht. U spreekt uw werknemer herhaaldelijk hierop aan, maar deze ontkent. En nu? Mag u deze werknemer ontslaan en welke stappen dient u hiervoor te zetten? Immers, de werknemer stelt ziek te zijn en de overeengekomen werkzaamheden niet te kunnen verrichten.
Onder omstandigheden kan sprake zijn van een dringende reden, hetgeen tot gevolg kan hebben dat een ontslag op staande voet is gerechtvaardigd. Van groot belang is in dit geval dat de formaliteiten in acht worden genomen om te voorkomen dat een onjuist gegeven ontslag op staande voet door de rechter terug wordt gedraaid. Immers, rechters beoordelen een ontslag op staande voet kritisch.
Dienaangaande is onder andere van belang of partijen een verbod op nevenwerkzaamheden zijn overeengekomen. Ook dient te worden beoordeeld of een mildere sanctie – zoals bijvoorbeeld het stopzetten van het loon – onder de gegeven omstandigheden passender zou zijn geweest. En hoe dient de werknemer om te gaan met het feit dat tijdens ziekte in principe een ontslagverbod geldt?
Uit een recente uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 februari 2021 volgt dat het verrichten van nevenwerkzaamheden tijdens arbeidsongeschiktheid onder omstandigheden kan leiden tot een ontslag op staande voet.
Zowel de kantonrechter als het hof hebben de werkgever in het gelijk gesteld en geoordeeld dat het ontslag op staande voet terecht was gegeven. Ten eerste, omdat de werknemer in deze kwestie in een periode waarin hij volledig arbeidsongeschikt was nevenwerkzaamheden ging verrichten zonder hiervoor toestemming te hebben gehad van de werkgever. Ten tweede, omdat de nevenwerkzaamheden de genezing behoorlijk belemmerde en – ten derde, omdat de werknemer hierover onware verklaringen aflegde.
De kantonrechter en het hof komen in mijn ogen terecht tot de conclusie dat het ontslag op staande voet – ondanks arbeidsongeschiktheid – in stand dient te blijven. De werkgever in kwestie heeft ter onderbouwing van het ontslag op staande voet op de juiste momenten de juiste stappen gezet, waardoor hij tijdens ziekte afscheid kon nemen van de werknemer.